Hoe zorgt een politicus voor applaus?

Een goede speech krijgt veel applaus. Retorische technieken kunnen de spreker daarbij een handje helpen. Hoeveel technieken dat zijn? Maar zeven! De claptrap is in deze les het centrale thema: zeven technieken voorafgaan aan zeventig procent van het applaus in politieke speeches.

Het lesmateriaal

Het lesmateriaal bestaat uit een PowerPointpresentatie, filmpjes en transcripten.

– De Powerpointpresentatie (waarin beeldmateriaal geïntegreerd is) en een pdf-versie van die presentatie.

– De complete speech van Jesse Klaver in Afas Live.

– Het transcript van Jesse Klavers speech in Afas Live.

– Een docentenhandleiding.

Deze les is in een serie goed te combineren met de volgende les: Hoe kom je geloofwaardig over en speel je in op emotie?

Onderzoeksmethode

De toegepaste conversatieanalyse is de onderzoeksmethode die gebruikt is om de technieken te isoleren. Deze onderzoeksmethode richt zich op real life spreeksituaties en laat zien hoe gesprekken werken door te zoeken naar patronen in transcripten van gesprekken of, in dit geval, speeches. De onderzoeker beschrijft vervolgens de technieken die sprekers inzetten zo nauwkeurig mogelijk.

Wetenschappelijke onderbouwing

Het verschil tussen een-op-een- en een-op-veelcommunicatie

Tijdens een een-op-eengesprek of een gesprek in een kleine groep is de kans dat je de volgende spreker bent groot. Niet opletten is dan ook geen optie: je wordt al snel onbeleefd gevonden als je een beurt krijgt, maar niet (meteen) kunt reageren. Maar als de groep groter wordt, wordt de kans dat je de beurt krijgt kleiner. Tijdens een (politieke) speech voor tientallen, honderden of duizenden toehoorders is de noodzaak om direct te kunnen reageren dan ook vele malen kleiner dan in een gesprek. Toch wil de spreker het publiek bij de speech blijven betrekken en het publiek is geneigd om die interactie te omarmen. Verschillende technieken worden daarom veelvuldig door politieke sprekers ingezet om de aandacht van het publiek te trekken, vast te houden of te verhogen. Tegelijkertijd heeft het publiek allerlei mogelijkheden om goed- of afkeuring te tonen: (hard) applaus en cheering dienen om in te stemmen met de standpunten van de spreker of de partij, terwijl boegeroep afkeuring vertegenwoordigt.

De claptrap: wat is dat?

Atkinson onderzocht de laatste seconden voorafgaand aan ieder applaus in Britse politieke speeches en ontdekte dat er zeven technieken zijn die heel vaak voorafgaan aan applaus. Die technieken noemt hij de claptrap, wat in zijn woorden dan weer: ‘a trick, device or language designed to catch applause’ (p. 83) betekent. Een applausuitlokker of een truc om applaus te krijgen dus. Heritage en Greatbatch onderzochten vervolgens hoe vaak de claptraps die Atkinson vond voorkwamen in 476 speeches. Atkinsons zeven technieken bleken vooraf te gaan aan bijna zeventig procent van het applaus.

Hoe werkt een claptrap?

Een goede claptrap kan het beste beschreven worden aan de hand van een sprinter die zich voorbereidt op de start. Hij hoort het signaal ‘op uw plaatsen’ en anticipeert daarmee op de start die komen gaat, hij hoort dat de start eraan zit te komen doordat er ‘klaar’ wordt gezegd, en het startschot volgt. Zo gaat het publiek ook om met applaus. Eerst zoeken de luisteraars naar een uiting waarop mogelijk applaus volgt (‘op uw plaatsen’), dan volgt een indicator dat die uiting bijna afgelopen is (‘klaar’) en als de spreker klaar is, barst het applaus binnen een seconde los (‘start’). De timing is daarbij in het bijzonder van belang. Het publiek moet immers kunnen anticiperen op het applaus dat volgt. Het beste is dan ook om een uiting te gebruiken die bestaat uit meerdere elementen, met pauzes van vergelijkbare lengte. De toonhoogte kan het publiek daarnaast helpen om vast te stellen of het laatste element van de uiting al is geweest.

Welke claptraps zijn er?

Zeven retorische technieken verleiden het publiek te applaudisseren. De meestgebruikte techniek is het na elkaar uitspreken van contrasterende zinnen. Andere voorbeelden zijn de drieslag, het stellen van een vraag om de vraag meteen daarop te beantwoorden, het aankondigen van een statement of belofte en het bevestigen of maken ervan, het op een neutrale manier beschrijven van een situatie, waarna de situatie geprezen of afgekeurd wordt en, als het publiek niet applaudisseert op een moment waarop je applaus had verwacht, het ‘najagen’ van applaus door je punt nog eens te herhalen (vgl. ‘en dat is waar wij voor staan!’). Vanzelfsprekend kunnen de technieken ook gecombineerd worden en dat is de zevende claptrap.

Verder lezen?

Atkinson, M. (1984). Our Masters’ Voices: The Language and Body of Politics. Londen/New York: Methuen.

Bull, P. (2003). The Microanalysis of Political Communication. Londen: Routledge.

Clayman, S.E. (1993). Booing: The Anatomy of Disaffiliative Response. American Sociological Review, 58(1), 110-130.

Heritage, J., & Greatbatch, D. (1986). Generating Applause: A Study of Rhetoric and Response at Party Political Conferences. American Journal of Sociology, 92(1), 110-157.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *