Waarom kun je een zin niet letterlijk vertalen?

Facebookpagina’s als Make that the cat wise maken op een grappige manier duidelijk dat Nederlandse uitdrukkingen niet letterlijk naar het Engels vertaald kunnen worden. Maar ook een gemiddelde zin kun je niet zonder meer van het Nederlands naar het Engels vertalen. Waarom is dat zo? En geldt dat ook voor andere talen? Deze vragen staan centraal in deze les over zinsopbouw.

Het lesmateriaal

Het lesmateriaal bestaat uit een Powerpointpresentatie, waarin een opdracht is opgenomen.

Deze les is in een serie goed te combineren met de lessen Is de grammatica van alle talen hetzelfde? en Is ons taalvermogen genetisch bepaald?

Wetenschappelijke onderbouwing

S(ubject) – V(erbum) – O(bject)

Een zin is opgebouwd uit verschillende woordgroepen, die ook wel constituenten genoemd worden. Die woordgroepen komen niet in willekeurige volgorde voor; daar is structuur in aan te wijzen. De belangrijkste constituenten zijn het subject, het object en het verbum, ofwel het werkwoord. Deze drie constituenten kunnen in zes verschillende volgorden voorkomen. Veel talen kennen een (of enkele) van deze volgorden als basisvolgorde. Deze volgorde is het meest gebruikelijk, maar sluit niet uit dat andere volgorden ook kunnen voorkomen. De volgorden die het meest voorkomen in talen over de gehele wereld zijn SVO en SOV, met VSO op de derde plaats. De andere volgorden zijn een stuk zeldzamer, maar komen wel voor.

De structuur van het Nederlands

Het Nederlands kent in mededelende hoofdzinnen de basisvolgorde SVO – Ik krijg een boek – en in bijzinnen de basisvolgorde SOV – Ik hoop dat ik een boek krijg. We spreken van een basisvolgorde, omdat er verschillende situaties zijn waarin de volgorde verandert. Als je ergens nadruk op wilt leggen bijvoorbeeld: Een boek hoop ik te krijgen. Maar ook als er hulpwerkwoorden of koppelwerkwoorden in een zin voorkomen wordt de structuur ingewikkelder; de werkwoorden verschijnen dan op meerdere plekken in de zin. In dat geval gaat de SVO-structuur niet meer op voor alle werkwoorden – een zin als Ik heb gekocht een boek is immers ongrammaticaal, maar de persoonsvorm bevindt zich nog wel steeds tussen het subject en het object. Ten slotte is de volgorde ook aan historische ontwikkeling onderhevig. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat het Middelnederlands een andere basisvolgorde kende.

De structuur van andere talen

In tegenstelling tot het Nederlands, kent het Engels zowel in de hoofdzin als in de bijzin de SVO-volgorde: I think the girl reads a book. Dit geldt ook voor het Frans: Je pense que la fille lit un livre.  Bijzonder aan het Frans is dat deze volgorde ook geprefereerd wordt in vraagzinnen, die hier verder buiten beschouwing worden gelaten. Het Duits komt overeen met het Nederlands. In mededelende hoofdzinnen kent het Duits de SVO-volgorde – Ich lese ein Buch – en in bijzinnen de SOV-volgorde – Ich denke, dass das Mädchen ein Buch liest.

Discussie

Niet alle onderzoekers zijn het eens over de basisvolgorde SVO voor bijvoorbeeld het Nederlands en het Duits. De basisvolgorde van een taal kan aan de hand van taalkundige analyse worden vastgesteld, maar dergelijk onderzoek kan ingezet worden om argumenten voor zowel de SVO-volgorde als alternatieve volgorden aan te tonen. Bovendien spelen interpretatie en taalgevoel vaak een rol bij het vaststellen van een basisvolgorde. Zo beoordelen dialectsprekers binnen het Nederlands taalgebied verschillende woordvolgorden als de neutrale basisvolgorde.

Verder lezen?

Bree, C. van (1996). Syntactische verandering. In C. van Bree, Historische taalkunde (pp.171-187). Leuven: Acco. Geraadpleegd op 24 april 2018, http://www.dbnl.org/tekst/bree001hist01_01/bree001hist01_01_0017.php.

Koster, J. (1973-1974). Het werkwoord als spiegelcentrum. Spektator, 3, 601-618. Geraadpleegd op 3 mei 2018, http://www.dbnl.org/tekst/kost007werk01_01/kost007werk01_01_0001.php.

Linden, E. van der (2008). De vroege en late verwerving van woordvolgorde in Nederlands en Frans. Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, jaargang 2008, 107-127. Geraadpleegd op 3 mei 2018, http://www.dbnl.org/tekst/_ver016200801_01/_ver016200801_01_0008.php.

Ruigendijk, E. (2012). 1975 Jan Koster: ‘Dutch as an SOV language’ Linguistic analysis 1, pp. 111-136. Internationale Neerlandistiek, jaargang 2012, 42-44.

Zwart, J-W. (2011). Onderlinge relaties in de zin. In J-W. Zwart, Zinsleer: begrip van de syntaxis. “Understanding Syntax” van Maggie Tallerman voor het Nederlands bewerkt en vermeerderd door Jan-Wouter Zwart. Versie 2.1 (pp. 169-206). Groningen. Geraadpleegd op 3 mei 2018, http://www.let.rug.nl/~zwart/college/docs/zinsleer/zinsleer6.pdf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *