Hoe herkennen mensen klanken?

Het herkennen van spraak in iemands moedertaal gaat vaak geheel automatisch en onbewust waardoor het als vanzelfsprekend wordt ervaren. Toch hebben de hersenen een heel leertraject achter de rug om klanken te leren herkennen. Hoe dit leertraject eruit ziet staat centraal in deze les.

Het lesmateriaal

Het lesmateriaal bestaat uit de volgende onderdelen:

– De Powerpointpresentatie en een pdf-versie van die presentatie.

– Een opdracht die uitgedeeld kan worden tijdens de les

– Een docentenhandleiding.

– De instructies voor het programma Praat©

Voor deze les heb je een microfoon en het programma Praat© nodig. Dit is hier te downloaden.

Wetenschappelijke onderbouwing

Een continue stroom aan geluid

Mensen hebben vaak het idee dat in spraak ruimtes tussen woorden zijn aan te wijzen, je herkent immers makkelijk de woorden van je moedertaal wanneer iemand tegen je spreekt. Dit is echter niet het geval; spraak is een continu signaal. Dit valt ook op als men probeert te luisteren naar een taal waar men niet bekend mee is. Het is dan zeer moeilijk om aan te wijzen waar een woord eindigt en het volgende woord begint. Als er al sprake is van een pauze in een spraaksignaal, dan ligt deze niet op een woordgrens, maar op het punt wanneer iemand een stemloze consonant (zoals de [p]) wil uitspreken. Voordat zo’n klank gerealiseerd wordt, trillen de stembanden even niet waardoor er haast geen geluid wordt geproduceerd. Het herkennen van woorden in spraak is dus vooral afhankelijk van het geluid van spraak en de betekenis die een mens daaraan kan koppelen. Hoe een mens deze klanken leert herkennen staat centraal in deze les. Hierbij zijn twee principes van belang: ten eerste maakt een mens gebruik van categorische perceptie om klanken te groeperen en ten tweede richt het gehoor van een taallerend kind zich op de klanken die relevant zijn binnen zijn taal.

Categorische perceptie

Categorische perceptie houdt in dat een mens zintuiglijke waarnemingen opdeelt in categorieën die hij herkent. Zo ziet een mens zeven duidelijk afgebakende kleuren als hij naar een regenboog kijkt, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een graduele overgang van kleuren. Dit geldt ook voor het verwerken van spraak. Als een mens de klank [p] twintig keer produceert, is de kans groot dat hij twintig verschillende klanken uitspreekt. Toch zullen hij en andere mensen het idee hebben dat zij constant dezelfde klank horen omdat voor hen de [p]-klank een bekende categorie is. Deze opdeling van klanken in groepen zorgt ervoor dat mensen klanken die relevant zijn voor hun taal makkelijker kunnen herkennen. Dit proces van groeperen begint dan ook al zeer vroeg.

Het herkennen van de klanken van je moedertaal begint al wanneer een mens nog niet geboren is. Het stemgeluid van de moeder dringt door tot in de baarmoeder, waardoor een ongeboren kind al in aanraking komt met zijn moedertaal. Dit uit zich dan ook wanneer een kind eenmaal ter wereld is gekomen. Zo lachen Franse baby’s op een andere manier dan Nederlandse baby’s. Hoewel een pasgeborene dus al wel enig oor heeft voor zijn moedertaal, is het gehoor van baby nog niet echt gericht op het herkennen van de klanken van zijn moedertaal. Dit gebeurt in het eerste levensjaar. Het gehoor moet zich gaan richten op klanken die van belang zijn voor het begrijpen van een taal. Een mens produceert immers veel meer klanken dan een taal gebruikt om betekenis te onderscheiden.

Fonemen en allofonen

Het Nederlands kent 40 klanken die de betekenis van een woord kunnen beïnvloeden, deze klanken worden fonemen genoemd. Zo zijn ‘word’ en ‘woord’ twee verschillende woorden, waardoor we kunnen concluderen dat de [O] en de [O:] fonemen zijn. Klanken die geen betekenisverschil maken, noemen we allofonen. De [E:]-klank van het woord ‘meer’ is een andere klank dan de [e:]-klank in ‘meest’, maar als je deze zou verwisselen betekenen de woorden nog steeds hetzelfde, al klinken ze wel wat raar. De aandacht voor de fonemen zorgt ervoor dat de categorische perceptie wordt versterkt voor deze klanken; het is immers zo dat klanken met een betekenis een duidelijkere categorie zijn dan klanken zonder betekenis. Het is daarom zo dat bijvoorbeeld Chinese mensen moeite hebben om de [r]- en de [l]-klank te onderscheiden in het Nederlands. In het Chinees zijn deze twee klanken namelijk allofonen, waardoor hun brein er niet op gericht is om deze twee klanken te onderscheiden.

Er liggen dus twee processen ten grondslag aan het herkennen van een klank. Ten eerste deelt een mens zintuiglijke informatie op in verschillende categorieën (categorische perceptie) en dit fenomeen wordt versterkt door het feit dat het gehoor van mensen zich richt op klanken die relevant zijn voor hun taal.

Verder lezen?

Appel, R., Baker, A., Muysken, P. C., Hengeveld, K., & Kuiken, F. (2002). Taal en taalwetenschap. Oxford [etc.]: Blackwell.

Bien, H., Hanulíková, A., Weber, A., Zwitserlood, P. (2016). A Neurophysiological Investigation of Non-native Phoneme Perception by Dutch and German Listeners. Front. Psychol., (7), 1-10.

Ginneken, C.D.M.P. van. (1996). Klankonderwijs en de communicatieve aanpak een onmogelijke liefde? Het onderwijzen van de uitspraak van klanken in het Nederlands als tweede taal. Levende Talen, (508), 165-169.

Goldstone, Robert L. ; Hendrickson, Andrew T. (2010). Categorical Perception. Wiley Interdisciplinary Reviews: Cognitive Science, (1), 69-78. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *