Suggesties voor eindopdrachten

De lessen op de website zijn afzonderlijk te gebruiken, maar kunnen natuurlijk ook onderdeel zijn van een lessenserie waarin de relatie tussen Nederlands en andere schoolvakken centraal staat of onderdeel zijn van een themaweek waarin diezelfde opzet centraal staat. We bieden verschillende toetsvormsuggesties op deze pagina om te testen of het overkoepelende doel bereikt is: de leerling formuleert genuanceerd welke relatie taalkunde en/of taalbeheersing heeft ten opzichte van andere schoolvakken.

Werkvormen om in de les in te zetten

Woordspin

De docent stelt de leerlingen vragen stellen over wat ze van de lessenserie hebben geleerd en welke inzichten ze hebben opgedaan. De antwoorden kan de docent verzamelen in een woordspin op het bord of via een digitale tool, zoals Padlet of Answergarden.

Bekend-benieuwd-bewaard

De leerlingen krijgen een vel papier uitgereikt waarop drie kolommen zijn weergegeven. In de eerste kolom, ‘Bekend’, schrijven de leerlingen op welke onderdelen uit de lessenserie al bekend waren. In de tweede kolom, ‘Benieuwd’, schrijven ze op welke vragen ze hebben. Dit kunnen vragen zijn die tijdens de lessen niet bevredigend beantwoord zijn of nieuwe vragen die zijn opgekomen naar aanleiding van een of meerdere lessen. In de laatste kolom, ‘Bewaard’, schrijven ze op welke inzichten ze hebben opgedaan tijdens de lessen(serie). Als docent kun je vervolgens gericht doorvragen om leerlingen te laten reflecteren op hun leerproces.

Eindopdrachten om buiten de les als opdracht mee te geven

De docent kan de leerlingen de opdracht geven een schriftelijke of mondelinge opdracht te maken waarin de leeropbrengst van de lessenserie duidelijk wordt. Dit kan in verschillende vormen, enkele suggesties staan hieronder.

Reflecterende samenvatting

De leerlingen schrijven een samenvatting van wat volgens hen de belangrijke boodschap van de lessenserie is en geven daarnaast aan wat ze van de lessenserie vonden.

Essay

De leerlingen schrijven een essay waarin de volgende stelling centraal staat: ‘het is (wel/niet) nuttig om meer te leren over taalkunde (en/of taalbeheersing) in relatie tot andere vakken’.

Presentatie

De leerlingen geven in tweetallen een overtuigende presentatie waarin de volgende stelling centraal staat: ‘het is (wel/niet) nuttig om meer te leren over taalkunde (en/of taalbeheersing) in relatie tot andere vakken’.